KENT EER GHY MINT.

Pan sach het eerste vyer juyst doen het was geschapen,
Hy sprak: wat moyer ding! en, sonder lang te gapen,
Greep hy het in den arm; ey siet! daer is de quant
Aen hayr en baert versengt, en in het vleys gebrant.
Komt u wat selsaems voor, al schijnen ít moye saecken,
En geeft u niet terstont om die te willen raecken;
Te vatten metter handt iet datmen niet en kent,
Heeft menigh man bedot, en menigh wijf geschent.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001