DIE GREEP, IS IN DE NEEP.

De meeu vlieght over al, om haren kost te rapen,
En vint ontrent de strant een oester liggen gapen,
Dies picktse naer het aes; maer, eer de vogel at,
Soo sluyt de mossel toe: daer is de meeu gevat.
Siet daer een eygen beelt voor dese losse gasten,
Die sonder na-gepeys in alle schotels tasten;
Sy zijn te byster graegh, maer, siet, ten lijt niet lang,
De grijper is gevat, de jager wort de vang.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001