GAL. IV. 19.

ALLENXKENS, TOT DAT CHRISTUS EEN GEDAENTE IN ONS KRIJGHT.

Plagh iemant in een boom by wijlen iet te snijden,
Het kan hem dienstigh zijn, ít en valt niet al besijden;
Let hoe de saken gaen: eerst is de letter teer,
Maer naer een weynigh tijts soo vint de leser meer:
Als Godt door sijnen Geest ons harten komt beschrijven,
Men voelt het vast geloof niet stracx aen ons beklijven;
Maer siet! het swack begin dat wordt ten lesten sterck,
Met tijt en door gedult voltreckt de Geest sijn werck.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001