HET DEEL WIL ZIJN GEHEEL.

Vraeght iemant hoe het komt dat alle jonge sinnen
Haer snellen uyter aert, haer stellen om te minnen,
Die kapp’ een ael in tween, en stae een weynigh stil,
En sie hoe yeder stuk sich weder voegen wil.
Godt heeft eens van den man een ribbe weghgenomen ,
En daer is voor den man een vrouwe van gekomen :
Siet, hier uyt rijst de min, en al haer soet bedrijf,
Het lijf wil naer het deel, het deel wil naer het lijf.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001