LIJDEN, ALEER VERBLIJDEN.

Ick sprack eens Rosemont, terwyle datse naeyde;
Ick klaeghde mijn verdriet, hoort doch hoe sy my paeyde:
Komt, sprackse, komt een reys, en siet my desen naet;
Let op dit maeghde-werck, en wat’er omme gaet:
Hier wort een stale punt als vooren uyt gesonden,
De draet komt naderhant, die heelt dan eerst de wonden:
Ey vrient en wacht geen vreught, als na geleden pijn,
Die ’t soet wil sonder suer, en magh geen vryer zijn.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001