LUC. XI. 9.

BIDT EN U SAL GEGEVEN WORDEN, SOECKT EN GHY SULT VINDEN, KLOPT EN U SAL OPGEDAEN WORDEN.

Wie oyt een wederklanck wil in de lucht verwecken,
Die moet een helle stem tot in den hemel strecken,
Want die niet uyt en brengt als woorden sonder kracht,
En hoort geen tegen-spraeck, hoe langh hy antwoordt wacht.
Hy dient zijn herten-gront met yver uyt te spreken,
Die met een droeve galm wil in den hemel breken,
Alleen die krachtigh bid, en tot den Heere sucht,
Verweckt een wederklanck tot boven in de lucht.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001