NEERINGE SONDER VERSTANDT, VERLIES VOOR DE HANDT.

Als Pan het eerste vyer sach op ter aerden spelen,
Hy was terstont verlieft, en ging een kusjen stelen;
Hy riep: wat schoonder ding! maer doen hy naerder quam,
Gevoeld’ hy metter daet de nepen van de vlam.
Al kittelt Venus wicht aen uwe domme sinnen,
En weest noch evenwel niet haestigh om te minnen.
Maer of je hout of trout, Soo keurt en kent den gront,
Want al wie veerdig suypt gewis die brant den mont.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001