ONTIJDIGH MAL, IS NIET MET AL.

Al kapt een staele-bijl den paling in de leden,
Al is hem schoon de kop ten vollen afgesneden,
Noch springt hy om en om, hy wispelt op den blok,
En, schoon de doot genaeckt, het schijnt hem enkel jok,
Daer zijnder in het lant, die, in haer oude dagen,
Noch dertel willen zijn, en malle liefde dragen,
Maer al haer sot gelaet en is maer enkel waen,
Want naer een korten tijd het mallen heeft gedaen.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001