MATTH. VI. 23.

INDIEN U OOGE BOOS IS, SOO SAL U GEHEELE LICHAEM DUYSTER WESEN.

Al is de felle Leeuw de koninck van de dieren,
En dat hem al het wout en alle menschen vieren,
Wint iemant niettemin het ooge van het beest,
Sijn lijf is sonder kracht, zijn herte sonder geest.
Siet, wat het oogh vermagh; het oogh heeft vreemde krachten
En over ons bedrijf en over ons gedachten;
O, sooje tucht bemint en schouwt den vuylen brant,
Houdt doch het dertel oogh geduerigh in den bant.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001