PROVERB. III. 7.

LAET U NIET WIJS DUNCKEN.

De Specht vliegt over al, hy gaet de bosschen quellen,
Hy wil (gelijck het schijnt) de boomen nedervellen,
Hy pickt in al het hout, en soeckt een open gat,
Maer vint ten lesten niet, als ick en weet niet wat.
Al wat de menschen doen, al wat de lieden maecken,
Het zy in kleyn bedrijf, het zy in groote saecken,
Hoe slecht haer dingen gaen, sy trotsen niettemin;
De minste van den hoop, die heeft een vleyer in.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001