SLAET DE HANDT, DAER T NIET EN BRANDT .

t Is twee-sins aen te doen al wat je kont bedencken,
Grijpt hier, t is sonder noot; grijpt daer, het sal u krencken:
Wie iset die terstont de vingers niet en schroeyt,
Indien hy vat het hout juyst daer het leyt en gloeyt?
In vreught is dickmael pijn, in plagen, volle zegen;
t En is niet in de saeck, maer aen den man gelegen.
Wel, draeght dan met gedult al wat den hemel doet,
Zijt willigh, datje zijt, en datje wesen moet.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001