VLAM EERST GEWEKEN, HAEST WEER ONTSTEKEN.

De vlam was eens gebluscht die in my plach te woelen,
Ick voelde, met vermaeck, mijn eersten brant verkoelen,
Al wat’er overbleef was maer een kleyne vonck,
Soo dat mijn welig hert van enkel vreugde spronck:
’t Geviel eer langen tijdt, dat ick het vier genaeckte,
My dacht, ten was geen noot, soo ick’et niet en raeckte;
Dus stont ick maer en keeck, en noch eer ick vertrack.
Een vlam viel uit de vlam die mynen roock ontstack.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001