’T WORDT T’ SAMEN GROOT.

De letters diemen plagh te snyden in de linden,
En zijn van eersten aen niet in het hout te vinden;
Maer komje naderhandt ontrent den groenen bast,
Soo blijckt’et dat het schrift geduerigh grooter wast.
Het kint, indien het siet eens anders quade streken,
Ontfangt in sijn gemoet de gronden van gebreken. .
Wat quaet is, kankert in; ghy, leydt dan m de jeught,
Geen voncken tot de lust, maer sporen tot de deught.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001