Donarem paters? HOR.
Voor trouwe moeite en zorg by dagen òf by nachten,
voor bystand, aangesneld by snerpende
oudrensmart,
hoe zou zich t zielsgevoel geen lucht te geven trachten?
Wat biedt neen! wat gebeidt het gaarne
dankbaar hart?
k Bood, zoo de schittring zelfs van steenen of metalen
den Dichter stond ten dienst, van beide schaars
bedeeld,
ik bood geen diamant, gestrooid op gouden schalen,
by keur van zilverwerk, naar d eisch der
kunst gebeeeld,
ter weêrvergelding ooit of vriendschapsdienst-belooning,
maar als erkentenis van onmacht by de schuld.
Neen! voor den dank van t hart blijft edeler betooning,
is levendiger blijk der zucht die ons vervult.
Ontfang dien in een gift, aansprakeloos van waarde,
maar afdruk voor t gemoed van
dallerrijksten schat,
die ooit door mensch aan mensch werd voorgesteld op de aarde,
die in zijn klein bestek den hemel-zelf bevat.
Arntzenius! Gods Woord, van daar straalt ons het wezen
van liefdedienst en dank, daar buiten slechts
een schijn.
Daal op ons, Geest van God, terwijl we aanbiddend lezen,
en t zal ons waarheid, kracht en
zielsbehoudnis zijn!
13 Febr. 1845.
Ingezonden op: 28 juli 1997.