Aan U behoort het rijk der Nederlandsche
zangen!
Bezit ik mooglijk daar een enkel plekjen grond,
ik heb dat edel goed van U in leen ontfangen:
met vreugde erkennen dit mijn boezem en mijn mond!
Met verzen uit mijn hart (geen bloote plechtigheden!)
verheergewade ik U dichterlijke leen,
ontfang mijn hulde dan! Ontfang op nieuw mijn eeden,
uw baanders trouw te zijn door alle tijden heen,
het zij een nietige aard my toejuicht of veroordeelt,
t zij roem mijn deel moet zijn, of een roemwaarde val!
En huldige ik aldus, op uw doorluchtig voorbeeld,
den Opperleenheer van t Heelal!
Ingezonden: 15 juni 1997.