ISAC DA COSTA (1798-1860)

AAN WILLEM DE CLERCQ,

BY GELEGENHEID ONZER VERJAARDAGEN (Jan. 13 en 14) IN 1843.

De hand van God
verbond ons lot.
Wie zal het rukken van elkar?
Wat eenmaal stond,
door Hem gegrond,
blijft eeuwig vast, blijft eeuwig waar.
Eens Heilands trouw
kent geen berouw.
Wie zal ons scheiden van dien Heer?
Geen tegenspoed,
geen overvloed,
geen smaad, geen haat, geen gunst of eer.
Geen volksgedruisch,
geen Ridderkruis,
geen leed, geen nood, geen dood of graf
staat Hy naby
en ons ter zij,
die zich voor ons ten losprijs gaf.
„Dat Hy bewaar!”
blijf voor elkar
’t gebed des harten tot aan ’t end;
’t gebed tot Hem,
die naar de stem
des toevlucht zoekenden zich wendt.
Wy hebben ’t Woord!
Het word’ gehoord,
geloofd, bewaard, doorzocht, onthuld.
en in gen,
’t zij vroeg of sp,
aan ’t geen ons hart bemint, Zijn Naam ter eer, vervuld!

1843.


Ingezonden: 23 juli 1997

E-mail: J.R. van Wijk