ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

AAN MEJUFFROUW E. D. C. DE BORDES,

BY HAAR VERTREK UIT AMSTERDAM.

Vriendin en Dochter! want dus acht u ’t vriendenhart
om ’t geen ge in lief en leed ons altijd zijt bevonden,
sints ’t eerst u aan ons huis één zelfde zoete smart,
om Hanna, tot haar Heer geroepen, heeft verbonden.
Neen, ’t zy rondom Gods Woord in éénen kring vereend,
of aan één zelfde disch gezellig aangezeten,
’t zy voor een tijd op nieuw van ’t samenzijn gespeend, —
geen zegen t’ zaam gesmaakt blijft waar we ook gaan vergeten,
noch zonder dat de vrucht, vertrouwend afgebeên,
op Gods gezetten tijd, daarvan zal achterblijven.
Zoo ga, het hart gesterkt door zijn weldadigheên,
die voor een eeuwigheid u Jesus doe beklijven.
Ga met Zijn woord in ’t hart, Zijn Hemel in het oog,
steeds by dat hart te zaam en bij dien Hemel nader,
naar ’t huis, waar zich God-zelf steeds zichtbaar toonen moog’
den man der Weduw, en der weezen trouwen Vader!

31 Mei 1858.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingestuurd: 27 mei 1997.