ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

AAN MIJNE LIEVE FRANCISCA,

OP DEN 23STEN FEBRUARIJ 1857.

Lieve Dochter, op dees feestdag ons een zestienjaarge spruit
neem de bede biddend tot u, die een vader dankend uit,
wien op nieuw de God zijns levens voor uw liefde heeft gespaard,
om van u ik (o! Hy geve ’t) nog zijn wensch te zien op aard!
Om aan u ook veel te melden, welk een Heer uw vader dient,
al der zijnen God en Koning, rijke Ontfermer, eeuwge Vriend!
Welk een liefd in angst en zorgen op uw moeder nederzag,
en van vreugd haar geeft te schreien op dees liefelijken dag!
Kind! wees kind lang van harte, blij en kinderlijk gezind,
kind, vooral, gelijk ze Jezus heeft beschreven en bemind!
kind, dat volgzaam en gevoelig op Zijn liefdewoord en stem,
uit uw spelen, uit uw arbeid, altijd opziet weêr tot Hem.
Groei en bloei, o mijn Francisca! by het meer dan zonnelicht
van Zijn heilig, van Zijn vriendelijk, van Zijn zeegnend aangezicht.
Kroon, ook, gy, van onze grijsheid; jongste spruit van ons gezin!
treed met deze onze oudrenbede dees uw nieuwen jaarkring in.

            1857.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 25 mei 1997.