ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

III. FREDRIK HENDRIK.

                                                   Fortes creantur fortibus.

Die aan des legers spits een Maurits kon vervangen,
   de glorie winnen kon met Maurits oorlogszwaard,
Prins Hendrik leeft in onvergankbre zangen,
   en Grols Veroveraar was Vondels loflied waard.
Hy schittert in de rij dier Duitsche Machabeeën,
   aan wier onzachbre reeks dit land zijn aanzijn dankt;
met wie het d’oorlog tart en zijn verschrikbre weeën,
   en zonder wie het kwijnt, en machtloos wordt, en wankt!
Maar ’t strekke tot den roem van Fredriks stamgenooten,
   dat in zoo schoon een rij hy-zelf de minste stond;
en tuig’ ’t historieblad, door Waarheids hand ontsloten,
   wanneer ’t aan ’t nageslacht zijn grootheid luid verkondt,
dat hy nog grooter waar, zoo ’t voorbeeld van een broeder
   hem meer bewogen had, dan vrees voor muitrenhaat,
en in zijn Nassausch bloed een meer verheven moeder
   geen zwakheid had gemengd, gevaarlijk voor den Staat!
Ja! dan, dan had zijn naam eerst vlekloos uitgeblonken,
   indien hy een party, door Maurits moed getemd,
en tot het heil des volks reeds half in ’t niet gezonken,
   de hand niet had gereikt, en in haar wensch gestemd;
indien hy d’overmoed van kleine dwingelanden,
   verdrukkers van het volk, en haters van zijn stam,
met een manhaften blik weêrhouden had in banden,
   wier strengheid alle hoop aan ’t Staatsverraad ontnam.
Hoe ’t zij, ook hy was groot, en toonde zich Oranje!
   wl, in de vasthei niet van ’t binnenlandsch gebied,
maar in den heldenstrijd, gestreden tegen Spanje,
   en in het kroost vooral, dat hy aan Neêrland liet.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden op: 6 juni 1997.