ISAC DA COSTA (1798-1860)

OP HET GORKUMSCHE HEIDENDOM.

Hoe! op den achtbren grond van ’t oude Nederland
de Grieksche drievoet, en onheilge wierookvieren?
Op dees alouden plek een nieuw altaar geplant
beneden ’t Godsdienstlicht zelfs van zijn Batavieren!
Op dit geheiligd erf, van Rome en Spanjes dwang
en Fransche gruwelleer door de Almacht vrij gestreden;
in plaats van de eer aan God in Sions psalmgezang
en de aan het dankbaar hart ontstroomde lofgebeden;
't Helleensche feestgebaar voor 's Hemels oog hersteld,
't onreine Heidnendom herroepen voor de zinnen,
sints veertien eeuwen reeds door Jesus kruis geveld
met aller valsche Gon gevloekte tempeltinnen?
O gruwel eener eeuw, van Christus afgekeerd! —
zijt Ge ook dan reeds zoo verr' hare afgon toegetreden,
Gy, zoo gantsch anders van uw Vaderen geleerd,
o Nerland! Gy, om hen, bevoorrecht zelfs nog heden!
O! mocht dier Vaadren God ook dees rampzaalgen smet
afwasschen, en dan den ban die op ons drukt doen wijken!
Zoo buige Nerland wer voor Christus Koningswet.
en doe als Christenvolk zijn hooge roeping blijken! —
En gy, o dappren, gy uit duizendvouden nood
met zielenvreugdgejuich wer onder ons verschenen!
o! looft den Redder, die uw kerkerdeur ontsloot,
en spoedt van de ijdelheid naar andre altaren henen!
Ja! stoot de hulde weg van een God tergende eer!
En, geen bekranste Griek, maar vroome Nederlander,
werp, o geredde held! u voor Gods voetbank ner,
u voegend tot Zijn dienst, als by uw oorlogstander!
En geef aan Nerlands volk, ja! aan geheel Euroop
een voorbeeld, dat gy 't kroost dier Worstlaars zijt gebleven,
wier keus (van eeuwen reeds), wier roem, en sterkte, en hoop,
was — Christus heel hun hart, en Gode de eer te geven!

      1833.


Ingezonden: 18 juli 1997

E-mail: J.R. van Wijk