ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

„MEN ROEPT VAN GROENLANDS BERGEN”

Men roept van Groenlands bergen,
   men roept van ’t Indisch strand,
van Africaas woestijnen
   en geel geblakers zand,
van stroomen, ver gelegen,
   van velden, wijd gespreid,
om bijstand ter bevrijding
   uit doodsche donkerheid.

Wat keur van specerijen,
   doorgeurende ’t azuur.
wat rijkdom van tooneelen
   der prachtigste natuur,
zal Ceylons eiland baten
   by ’s menschen gruwzaamheên.
zoo lang hy, blinde heiden,
   zich buigt voor hout en steen?

En wy, wier zielen leven
   by ’t Godslicht van omhoog,
wy zouden ’t licht onthouden
   aan ’t naar ons starend oog!
Bevrijding, ja, bevrijding
   in des Gezalfden naam, —
die brenge aan alle volken
   ons aller stem te zaam!

Voert, winden! op uw vlerken
   dat Evangelie meê,
tot dat het de aard bedekke
   gelijk een diepe zee.
Eens komt aan alle volken
   het Lam, voor ons geslacht,
als Goël, Schepper, Koning,
   zich toomen in zijn kracht.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 20 mei 1997.