ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

AAN DR. K. GUTZLAFF.

Maar ik vraag: hebben zij het dan niet gehoord?
Zeer zeker:
Romeinen X : 18.

Neem aller Christnen zegebede,
   by d’ afscheidsdruk der broederhand,
van ’t moederlijk Europa mede
   naar ’t aangenomen Vaderland!
En moog’ het liggen in Gods wegen,
   dat onder ’t daar hervatte werk,
’t gebed uit Neêrland meê gestegen
   uw hart verkwikke, uw handen sterk’!
Dat voorts Zijn Englen u geleiden
   naar ’t uiterst eind op nieuw der aard,
om Hem de wegen te bereiden,
   die reeds Zijn heir ten strijd vergaârt.
Neen! dank dienn koning, dien wy vreezen
   door onuitspreeklijke genaê,
uw arbeid zal niet ijdel wezen;
   gy zult zijn vrucht zien, vroeg of spaê,
maar zeker op dien dag der dagen,
   waarheen Gods woord en weg ons wijst,
als de oogst zal rijp zijn en voldragen,
   het langst verkondigd uur verrijst,
dat, onde licht- en kennis-stroomen,
   bazuingeschal en Englenstem,
de Zoon van God zal nederkomen,
   en ’t nieuw Jerusalem met Hem!

         1850.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 26 mei 1997.