ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

AAN EENE JEUGDIGE VRIENDIN.

                        IN HAAR ALBUM.

                                                                      Één ding is noodig.

Vraag den landman naar geen garven van het afgemaaide pad!
Verg den appelboom geen vruchten, als hy afwierp wat hy had!
Wacht geen bloemen van den Zanger, nog vermoeid van Nieuwpoorts slag,
waar het Album eener Jonkvrouw zich versierd door achten mag!
Wacht gy evenwel een versjen, zonder tooi van taal gerijmd?
Zijn u welkom zwakke regels, ongekunsteld saamgelijmd?
zonder aanspraak dan de oprechtheid van hetgeen ze u doen verstaan?
Wel dan! neem de beê welwillend van een Vriend uws vaders aan:
Uwer oudren, broedren, zusters, magen, vrienden vreugde en roem,
leef voor hemel beide en aarde zegenrijk gekweekte bloem,
hoofd en hart in al uw wegen zacht gebogen naar de Zon
aller zegens, vrede en vreugde, Levens-licht- en waardheid-Bron!

         1859.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden op: 1 juni 1997.