ISAAC DA COSTA (1798-1860)

JOHAN WILLEM FRISO.

O Friso! voedsterling dier Staats- en oorlogshelden,
waarop de Fransche trots stuitte en te rug moest tren;
held voor dezelfde zaak en op dezelfde velden
met Hessen, Ouwekerk, en Marlb’rougb, en Eugeen!
Doorluchte Prissentelg, wien op vergankbre goederen
het erfrecht werd betwist, dat aan uw stamnaam kleeft,
maar nimmer op den roem dier twee verheven broederen,
wier naam, wier bloed, wier ziel, in u vereend herleeft!
Gy, wien het moordend lood by ’t hachlijk Oudenaarde,
voor Rijssel, by het schoon maar bloedig Malpalquet,
in ’t nooit ontzien gevaar vergeefs ontzag en spaarde!
de diepte des Moerdijks strekte u ten eerebed.
Moest dan ook Gy zoo rasch aan Nerlandsch hoop ontvallen,
(die hoop, met Nederland door heel Euroop gedeeld!)
ook in dien vroegen dood, tot rouw der duizendtallen,
uws oudooms Lodewijks en tweeden Willems beeld? —
’t Was in Gods wegen steeds, dat Nerland en Oranje
in tranen beurtlings smolt van zielevreugd of smert;
dat Nerland met dien stam, die ’t jok verbrak van Spanje,
door snoeren van gebed tot n verbonden werd!
Want dus, dus steeg de be, van eeuw tot eeuw, ten hoogen
van uit het hart des volks en Nerlands kerk te zaam:
„God des Verbonds! zie ner met zegenstralende oogen
„op Nassaus vorstenstam, ter eere van Uw naam!
„Geef dat het uit dat huis nooit aan een man ontbreke,
„wien de ijver voor Uw huis met meer dan moed beziel’;
„die in de kracht Uws woords vertrapte rechten wreke,
„die aan de spits des volks voor Christus nederkniel’!”
Prins Johan Willem sterft. Maar God hoort Nerland smeeken,
en, vorstelijk Weuw! Uw schoot voldraagt een zaad,
dat, nog op dezen dag, ten hoop verwekkend teeken
voor Nerland, voor Euroop, voor Christus Kerk, bestaat!

      1835.


Ingezonden: 19 juli 1997

E-mail: J.R. van Wijk