ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

H E T   P A A R D

            The just mean lies in obedience, which both waits for
            the signal to start, and obeys it when given.

                        *   *   *

Het krijgspaard, in wiens aâm de roode dampen snuiven
   Van d'opgezwollen moed, die hem de borst vervult,
Doet met zijn ijzren hoef den grond rondom hem stuiven,
   Daar 't uit te breken poogt in prikklend ongeduld!
Met vaste hand en knie bedwingt hem zijn Berijder,
   Tot dat de schelle klank der krijgstrompetten stijgt!
Maar 't teeken wordt gehoord! Nu viert de forsche Strijder
   De teugels aan het dier, dar naar de ontmoeting hijgt!

Het voert zijn meester, als op vleugels, ter viktorie,
   Springt tegen kogels in, en over lijken heen,
En, door gehoorzaamheid deelachtig aan de glorie,
   Is 't oorlogshafte ros met zijn Berijder één! —
Mijn God! mijn ziel verlangt voor U ten strijd te spoeden!
   Maar gaat die zucht te ver, ô! tem mijn ongeduld!
Het klemmen van Uw toom zal my de hoop doen voeden,
   Dat Ge in den dag des strijds mijn Ruiter wezen zult!