ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

S L O T L I E D.

ACHTER DE „HESPERIDEN.”

Onze dooden gaan ontwaken,
      met geruisch van dank en lof!
Daauw, als Eden eens besproeide,
      zal beregenen hun stof.
En deze aarde, fel bewogen,
      als by ’t sterven van haar Heer,
by bazuingeschal en donder
      geeft haar lijken eenmaal weêr.
Waar is dan, o Dood! uw prikkel?
      waar, o Helle uw overmacht?
Aan het Lam, uw Overwinnaar,
      zij de glorie toegebracht!
Was het hoogtijd Hem ter eere
      over heel de Christenheid,
hoogtijd blijve ’t in de harten
      op Zijn toekomst voorbereid! -
In de Vrijdagmiddagure
      kwam onlangs een woord tot my;
in de Paaschdagmorgenstilte
      bleef het feestelijk my by:
„Aardsche zorgen, aardsch twisten
      „om genot, geweld, gewin!
„honderdarmige overheersching!
      „onbesuisde vrijheidszin!
„Vrees voor Staatsverwikkelingen!
      „steeds herboren oorlogsschrik!
„wijkt by ’t feest van deze dagen, —
      „zwijgt voor ’t minste oogenblik!
„omdat woord alleen te hooren,
      „in zijn diepten na te gaan,
„in zijn volheid aan te grijpen:
      „„onze Heer is opgestaan!”
Hoor, o strijdende Gemeente!
      lijders, zondaars, hoort de stem!
Hoor haar! Israëls gebeente!
      ’t geldt ook u, Jerusalem!
Uwe dooden gaan ontwaken
      met gejuich van dank en lof!
Daauw, als Eden eens besproeide,
      zal beregenen hun stof!
Waar is dan, o Dood! uw prikkel?
      waar, o Helle! uw overmacht?
   Aan het Lam, dat overmocht heeft,
   dat verlossingen gewrocht heeft,
   dat ons met Zijn bloed gekocht heeft,
zij aanbidding, lof en eere tot in eeuwigheid gebracht!

            1853


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 26 mei 1997.