Gy ook hebt hem gekend, dien trouwen boezembroeder,
op eens ten hemel opgeroepen van mijn
zij,
maar door een liefdegunst van God, den Alvergoeder,
hoezeer voor t oog bedekt, toch steeds
mijn geest naby.
O! zoo hym uit de plaats der Overwinningszangen,
ter eer van t vlekloos Lam, wiens bloed
de losprijs us,
mijn zoon, by t smertvol leed, dat hem en ons moest
prangen,
gezien heeft in uw arm, aanschouwd heeft aan uw
disch,
hy heeft op d eigen stond, in vaderliefde ontstonken,
(de liefde stoort zich aan geen afstand, aan
geen dood,)
Verkoutren! ook op U den zegen uitgesproken,
die voor zijn kroost en t mijn
steeds uit zijn boezem vloot.
Febr. 1845.
Ingezonden op: 28 juli 1997.