ISAÄC DA COSTA (1798-1860)

AAN EEN VRIEND MIJNS ZOONS,

BY ZIJN VERTREK NAAR EEN VERAFGELEGEN LAND.

MET EEN BUNDEL POEZY.

U geleide langs de sporen van het hobblend pekelveld
Hy, Wiens alziend oog de droppels van zijn baren heeft geteld
            en de hairen van ons hoofd!
Blijve op ’t deinen van die golven, blijve aan ’t oostereind der aard
’t beeld en voorbeeld van een moeder in uws harten diepst bewaard,
            die gezocht heeft en geloofd.
En vertouuwt ge soms een heilgroet aan de vleuglen van den wind,
geef van de eigen keus een teeken aan den zanger, aan den vrind,
            die dit bondelken u biedt,
niet tot streeling van de zinnen door een week melodij,
maar om ’t woord dier hoogste waarheid, die zijn deel en ’t uwe zij,
            en het doel was van zijn lied.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 20 mei 1997.