Edmond Willem van Dam van Isselt (1796-1860)

In eenen vasten vriendenkring

Neen! waarde vrienden, neen, hoe vrolijk zaamgezeten,
De schaars gekende vreugd’, die hier ons harte smaakt,
Geeft ons geen regt, den vriend, den droeven te vergeten,
Die bij een dierbaar lijk thans bittre klagten slaakt!

Gelijk de storm een roos, ter naauwernood ontloken,
Met toomeloos geweld, van haren stengel scheurt,
Zoo heeft de dood den bloei dier edele afgebroken,
Die ’t minnend broederhart zoo inniglijk betreurt.

Maar ’t zij ons niet genoeg, dat wij zijn leed beklagen,
Niet, dat ons hart een’ wensch voor zijn vertroosting vormt . . . .
Ons-aller vriendschap help’ den zwaren last hem dragen,
Verligte ’t ongeval, dat nu zijn ziel bestormt.

Vaak is ons wisslend lot met angst en smart doorweven;
Vaak is het onheil dáár, als nog de blijdschap lacht!
Dan schenkt de vriendschap troost! die moge ons nooit begeven,
Zij dubbelt onze vreugde en schenkt in lijden kracht.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 8 september 1996


Coster-pagina