Jacob Israël de Haan

Israël

Gij kent de diepte niet der donkre dalen,
Waardoor ik huiverend ben heengegaan,
Had ik één taal, meer dan der menschen talen,
Nog zou mijn Lied het u niet doen verstaan.

Maar ook gij kent de bonte bergen niet,
Waar Gods wil mij machtig heeft heengeleid,
Waar het hunkerend oog de verten ziet,
Van 't Heilig Land tot de open zee gespreid.

Wie met één oogenblik het eeuwig heeft gegrepen,
Dit Heilig Land van Berseba tot Dan,
Zijn bergen, zijn steden, hier, den Jordaan,

De zonnezee, met zwarte en witte schepen,
Misleide God, als God misleiden kan.
Dit is een vreugd, die wanhoop zal weerstaan.


Bron: De muze en Europa / Samengesteld door Garmt Stuiveling. - Amsterdam: VBBB/CPNB, 1963
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster