SCHUTTERS

In hun gildhof zaten schutters,
onder t laaiend zonnevier,
rond n tafel, en zij dronken
grote kroezen schuimend bier.

Hunne koning, die in t grasperk
lijk n reuze voor hen stond,
uit z'n leedren koker snakte n
pijl, met roode vleren rond.

En de boge, die gesloten
in z'n taaie vuisten zat,
trok hij, dat de buigers spanden
lijk de hoepels van n vat.

In de zwarte schaduwstriepe,
rond z'n hoed met gespen aan,
neep hij dichte n ooge toe, en
mikte, en liet de snare gaan.

Al de schutters keken scherrig,
hellend over hunnen stoel,
en de pijl, met roode vleren,
zat te daavren, in den doel.


Omer Karel De Laey
(1876-1909)

Deze Westvlaamse aristocraat van de geest studeerde rechten te Leuven. Tijdens zijn kort leven bewonderde hij Lessing en Horatius en schreef onder andere pittige, puntige, plastische verzen. Hij was een nuchter observerende dichter en een kritische geest die zijn werk meestal wist te kruiden met een dosis humor en de nodige ironie.

Uit: Het Werk van Omer K. De Laey, bezorgd door E. Vliebergh & J. Persyn, 2de uitgave, 5 delen, Lannoo, Tielt, 1941-1942.


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster