DISTINGUE SEMPER

"Zonder dorst te kunnen drinken,
is de schoonste faculteit,
die de menschen, op de wereld,
van de beesten onderscheidt."

Zoo beweerde Bommel, die de
deugden van het gerstenvat
- dank aan twintig jaar pratieke -
grondig ondervonden had.

Dit beweerde Bommel, s avonds,
toen hij, voor zijn schuimend glas,
neergezeten in de herberg,
nog perfectus homo was.

Maar, als hij, bij de eerste klaarte,
s nuchtens, en met veel getuit,
huiswaarts keerde al wagglen, riep hij,
riep hij duizelachtig uit:

"Zonder dorst te kunnen drinken,
is de schoonste faculteit,
die de beesten, op de wereld,
van de menschen onderscheidt."

t Was t contrarie, dat hij wilde;
Bommel miste, lijk gij ziet,
miste, zeg ik, waarlijk missen,
en pertank, hij miste niet.


Omer Karel De Laey
(1876-1909)

Deze Westvlaamse aristocraat van de geest studeerde rechten te Leuven. Tijdens zijn kort leven bewonderde hij Lessing en Horatius en schreef onder andere pittige, puntige, plastische verzen. Hij was een nuchter observerende dichter en een kritische geest die zijn werk meestal wist te kruiden met een dosis humor en de nodige ironie.

Uit: Het Werk van Omer K. De Laey, bezorgd door E. Vliebergh & J. Persyn, 2de uitgave, 5 delen, Lannoo, Tielt, 1941-1942.


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster