DE SPELEMAN

s Avonds op de markt en in de
zoelte, met n volle kan
gerstenbier, bezijds z'n voeten,
zat n vreemde speleman.

En hij vlecht z'n vlugge vingers
door het spannig snarenspel,
dat z'n gulden harpe bromde,
lijk n zware kerkebel.

Lustig zong hij, en z'n kele
zwolg en zwol in t groen gestraal
van de volle mane, lijk de
gorgel van n nachtegaal.

Rond hem, op de lippen van de
menschen, speelde n blij gelach,
en de jongens klepten hun san-
dalen mee, op mateslag.

t Lied was te einden, en z'n harpe
trilde stervend uit en zweeg.
Dorstig greep hij naar de kan en,
smekkend trage, dronk ze leeg.


Omer Karel De Laey
(1876-1909)

Deze Westvlaamse aristocraat van de geest studeerde rechten te Leuven. Tijdens zijn kort leven bewonderde hij Lessing en Horatius en schreef onder andere pittige, puntige, plastische verzen. Hij was een nuchter observerende dichter en een kritische geest die zijn werk meestal wist te kruiden met een dosis humor en de nodige ironie.

Uit: Het Werk van Omer K. De Laey, bezorgd door E. Vliebergh & J. Persyn, 2de uitgave, 5 delen, Lannoo, Tielt, 1941-1942.


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster