HERFST

De zonne zinkt, de dag vervalt;
de boomen worden bloot,
en langs de velden sleept de mist
den sluier van de dood.

n Bende kraaien vliegt om:mij,
en breekt met haar gekras
de boezemwonden open, die
de zomerlucht genas.

De wind verschudt het gele loof;
de klaarte ligt versmacht
in t purperblauwe bosch versmelt
en duikelt in den nacht.

Intusschen voelt de ziel, alleen
de pijn van t leven nog,
en buldert haren oorlogskreet:
de wereld is bedrog.

En dan, gelukkig hij, die met
den blaai der menschen spot,
de ellende van z'n eigen kent
en ruste zoekt bij God.


Omer Karel De Laey
(1876-1909)

Deze Westvlaamse aristocraat van de geest studeerde rechten te Leuven. Tijdens zijn kort leven bewonderde hij Lessing en Horatius en schreef onder andere pittige, puntige, plastische verzen. Hij was een nuchter observerende dichter en een kritische geest die zijn werk meestal wist te kruiden met een dosis humor en de nodige ironie.

Uit: Het Werk van Omer K. De Laey, bezorgd door E. Vliebergh & J. Persyn, 2de uitgave, 5 delen, Lannoo, Tielt, 1941-1942.


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster