E. du Perron

Het kind dat wij waren

Wij leven 't heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.

Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
van moeders nachtzoen en parfums in vleugen,
zuiverste bron van weemoed en verheugen
verwondering en teêrste vriendelijkheden

Het is het liefst portret aan onze wanden,
dit kind in diepe schoot of wij handen,
met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.
't Eenzame kleine kind, zelf langverdwenen
dat wij zo fel en reedloos soms bewenen
tussen de dode heren en mevrouwen.


Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996.
Project Laurens Jz. Coster