E. DU PERRON (1899-1940)

VOOR EEN PARADIJSVAARDER

Veroorloof mij u nogmaals af te wijzen,
binnen de maat van een veracht sonnet:
de Schoonheid wreekt zich, want ik sterf van pret
om al uw kostloos bovenwerelds reizen.

Uw buitelingen tussen paradijzen
met als eindhaven toch een kleevrig bed --
moet men niet dom zijn, om zo nauwgezet
steeds weer een nieuw soort hemel aan te krijsen?

Wij spreken werklijk niet dezelfde taal:
ik ben geen dichter, dat staat vast, en de aarde
is mij genoeg, zelfs voor één enkle maal.

Voor u de zang der sferen en de wijn
die poëzie heet: een geijkte waarde.
Dit is jenever? -- Voor mijn part azijn.


Bezorgd door Thomas Vaessens.