Heiman Dullaert

Christus in 't Hofken

Wat roode klonteren besmeuren deze gronden?
Wordt gij van zonde en wet, van dood en helle omringd?
Zeg, heeft de liefde uw hart in haren gloed verslonden,
uw hart dat smeltende door huid en kleedren dringt!

Heeft u Gods toorn een pijl in 't ingewand gezonden
die uw beangst gemoed zoo vinnig praamt en wringt,
dat zijne wonde, ai mij! bloedt uit ontelbre wonden,
dat uit elk zweergat, ach! een purpere ader springt?

Maar hebt gij eertijds, Heer! uit teeder mededoogen
twee waterstroomen uit twee zielbeminnende oogen
om één Jeruzalem, die gruwelstad, verpreid -

is 't wonder dat gij dan, in onze schuld getreden,
om zóóveel gruwelen van zóóveel duizend steden,
nu duizend stroomen bloeds uit duizend oogen schreit?


Bron: Dichters van den ouden tijd / samenstelling G. Kalff . - Amsterdam: P.N. van Kampen & Zoon, 1904.
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster