Heiman Dullaert

De bekeerde moorder

Die langs het aardryk zworf om op wat buit te passen,
Wiens flukse wakkerheid de reizenden verriedt,
Heeft hier, dus vast geknelt, de volheit zelf bespiedt,
En komt het Hemelryk tot roofgoet te verrassen.

Die diep in eenzaamheid de hand wiesch in de plassen
Van een verdoemend bloet, wort hier, daar 't yder ziet,
In 't zaligende bloed, dat Jesus vast vergiet,
Aan hand, aan lyf, aan ziel, van bloedschult afgewassen.

Hy, in zyn Moorderschap van schaduwen verplicht,
Word in 't geloof bedaagt van een genadelicht,
Terwyl zyn quynend oog 't natuurlyk licht gaat derven,

De Kruisnacht, door het recht den booswicht aangezeit,
Word den Boetvaerdigen een dag van zaligheit:
Die dood was toen hy leefde, "ô! leeft hier in zyn sterven.


Bron: De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten / Samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga. - Amsterdam: Sijthoff, 1985 Bundel: Gedichten. - Amsterdam, 1719
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster