Heiman Dullaert

Christus stervende

Die alles troost en laaft, verzucht, bezwymt, ontverft!
Die alles ondersteunt geraakt, o my! aan 't wyken.
Een doodsche donkerheit komt voor zyne oogen stryken
Die quynen, als een roos die dauw en warmte derft.

Ach werelt, die nu al van zyne volheit erft;
Gestarnten, Engelen, met uwe Hemelryken;
Bewoonderen der Aarde, ey! toeft gy te bezwyken,
Nu Jesus vast bezwykt, nu uwe Koning sterft?

Daar hy het leven derft, wil ik het ook gaan derven:
Maar, hoe hy meerder sterft, en ik meer wil gaan sterven,
Hoe my een voller stroom van leven overvloeit.

O hooge wonderen! wat geest is zoo bedreven,
Die vat hoe zoo veel sterkte uit zoo veel zwakte groeit,
En hoe het leven sterft om dooden te doen leven?


Bron: Dichters van den ouden tijd / samenstelling G. Kalff . - Amsterdam: P.N. van Kampen & Zoon, 1904. Bundel: Gedichten. - Amsterdam, 1719
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster