Heiman Dullaert

Aan de drie wijzen uit het oosten

Gij die, gewoon omhoog met uwen geest te zweven,
de voorbeduidselen des Hemels, eer het daagt,
met gouden letteren op bruin azuur geschreven,
den op- en ondergang der aardsche rijken vraagt,

wat hope is uwe kunst van boven toch gegeven,
waardoor gij hierbeneên zoo zwaren landreis waagt?
Wat is er dat uw hart, door weetlust aangedreven,
uit uwen morgenstond naar dezen middag jaagt?

Ja, wereldwijzen, ja, die reden is gevonden:
terwijl uwe oogen vast de Hemelen doorgrondden,
verslingerde uw ziel op zooveel heerlijkheid

en, speurende uit het licht van een genadesterre,
dat hier de leidstar was, die derwaarts aangeleidt,
zoo volgde uw graag geloof haar heilrijk spoor van verre.


Bron: Dichters van den ouden tijd / samenstelling G. Kalff . - Amsterdam: P.N. van Kampen & Zoon, 1904.
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster