Aan N. Beets

Cornelis Paradijs

O Beets, wat zijt gij groot!
Als God het niet verbood,
Dan zou ik u aanbidden...
Nu laat ik dat in 't midden:
Toch val ik voor u neêr
En breng u lof en eer:
Wat is uw muze rijk...
  En dichterlijk!

Vol speelsch vernuft, o ja!
Is wel uw Camera-
Doch dat was maar een grapje,
Een dartlend eerste stapje;
Doch boven Hildebrand
Steeg hoog de Predikant:
Die heeft eerst goed geschreven!
  En zoo verheven!

De godsvrucht was uw heil...
Gebonden werd uw stijl,
En dat was eerst het ware:
Aandachtig zit de schare
En staart bewondrend aan.
Hoe bundels najaarsblaân
In vromen stroom ontglippen
  Uw grijzen lippen!


Grassprietjes, 1885

Nicolaas Beets Pagina [Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.