Bekentenis

Cornelis Paradijs

O, ja! ik voel 't, wanneer ik, na den eten
  Met schrijfpapier en pen,
Voor mijn bureau zoo rustig ben gezeten,
  Dat ik een dichter ben!

Dan voel 'k een dichtgloed in mijn aad'ren klimmen,
  Die mij tot zingen noopt,
En haastig dan, eer 't vonkje zou verglimmen,
  Mijn pen in de inkt gedoopt!

Wat vreugd! dat juist de Heer mij heeft verkoren,
  Gestempeld tot genie,
Zoodat ik in 't publiek zijn lof laat hooren,
  In vrome poëzie.


Grassprietjes, 1885

[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.