Beproeving

Cornelis Paradijs

Helaas! helaas! de wreede smart
  Wil zelfs geen dichter sparen-
Dat moest mijn teeder vaderhart
  Op bitt're wijs ervaren.

Hij, die ons allen heeft gewrocht,
  Zoo wijs en goedertieren,
Hij heeft ons ditmaal zwaar bezocht;
  Ons Jantje lijdt aan klieren.

Ik vreesde 't vroeg, ik zag het lang,
  Ik zag zijn halsje zwellen-
En eindlijk kwam de dokter bang
  De droeve waarheid spellen.

O, ouders! die dit onheil kent,
  Wis zult ge met ons lijden!
Geen poeder of medicament
  Komt ons met hoop verblijden.

En voor geen staal of levertraan
  Wil nu de kwaal verdwijnen-
Wat hebben wij den Heer misdaan,
  Dan Hij dus treft de Zijnen?

Doch neen, ik zwijg eerbiedig stil:
  Al moog' mijn harte bloeden,
Ik weet toch, dat des Vaders wil
  Steeds alles leidt ten goeden.

En gaf hij mij het dichtvuur niet,
  En moet ik hem niet danken,
Dat hij mijn smart zich uiten liet
  In diep-gevoelden klanken?


Grassprietjes, 1885

[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.