Frederik van Eeden

Ellen (Uit den derden Zang)

Kon ik altijd gevoelen, wat ik weet,
Dat daar nooit Heil wordt zonder Smart geboren,
Dat er geen Hart zal worden uitverkoren,
Dat niet verging in Vlam van eigen Leed.

Ach! dat zoo vaak 't verbijsterd hart vergeet
De heil'ge Waarheid, die ik zelf deed hooren,
En noch den Twijfel, noch den Wrok kon smoren.
En 't Onrecht vloekt, dat het zóó lijden deed!

Maar weet wèl, Heer, wat Gij hem dragen doet,
Die nog zoo kort weet wat zulk Leed beduidt, -
Maak dan niet àl te zwaar den harden druk.

Dat niet mijn arm, van pijn verblind Gemoed
Breekt in verwarring en wild oproer uit
En slaat Uw steenen Tafelen aan stuk.


Bron: Dichters van dezen tijd / samenstelling J.N. van Hall . - achtste druk. - Amsterdam: P.N. van Kampen & Zn., 1913. Bundel: Ellen. - Amsterdam: W. Versluys
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster