Cornelis Paradijs
Ik zing den schoonen huwlijksband, Des werelds steunpilaar, Den heil'gen echtelijken stand, Gezegend voor 't altaar. Want waar de zegen Gods ontbreekt, Bij ongewijden echt- Is hij, die van een huwlijk spreekt, Onzedelijk en slecht. Doch, vloek! wie zwelgend in de schand, Waarvan elk Christen gruwt, Zelfs zonder burgelijken stand Of Gods beboden huwt! Doch waar in huwlijks schaûw geplant De bloem der trouwe groeit, Gesteund door wijsheid en verstand, Door deugdzaamheid besproeid- Daar viert de zuivre menschlijkheid Haar heerlijkst ideaal- Daar wordt de beste weg bereid Naar 's Hemels opperzaal.
Grassprietjes, 1885
[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.