Spijtbetuiging aan J.J.L. ten Kate

Ter gelegenheid van de honderdjarige geboortedag van J.L.L. ten Kate

Frederik van Eeden

Niemand zal wel denken dat het mij te doen is om bij de dominees in de pas te komen als ik een enkel woord wijd aan de nagedachtenis van J.J.L. ten Kate. Ik gevoel er behoefte aan.

Ik heb eens een ruiter met steentjes beschoten uit een katapult. De aanval had alle succes dat een kwa-jongen kan begeren. Het paard ging ervan door en de ruiter had veel werk om in 't zadel te blijven. Ik heb toen een zwaren gang gedaan en ben den ruiter excuus gaan vragen. Jarenlang voelde ik een zeekre schaamte als ik hem ontmoette of zijn huis voorbijging. Toen ik zelf later eens het mikpunt werd en bijna uit het zadel ging, herdacht ik mijn daad met nog duidelijker gevoelens. Twee zaken behoren bij den goeden ouderdom. Namelijk meer verdraagzaamheid en meer waardering. Het bij elke kwetsing opstuwende zelfgevoel in noodig voor de jeugd, om zich te handhaven, de vinnige kritiek om de standaard van het goede werk niet te laten zakken. In den goeden ouderdom schijnt dit alles niet zoo dringend noodig meer. Men behoeft zich nu niet meer te verontrusten over den grooten aanhang en de groote bewondering die J.L.L. ten Kate ten deel viel-en een eerbiedwaardig mensch, die het zeer goed meende, en ook meenig goed vers gemaakt heeft, vinnig te bespotten, dat is actie uit de vleegeljaren, waarop men later niet trots is.

Ten Kate wordt nu niet meer over het paard getild-en er zijn nu nog wel anderen in tijdelijk aanzien, die meer spot verdienen dan hij. Ik heb een studenten-tijd gehad, maar ik gevoel geen recht om dien tijd-zooals veelen doen-tot de goede en noodzakelijke levens-perioden te reekenen. Ik heb mee-gedaan aan fuiven en baldadigheeden met heimelijke afkeer, en een gevolg van van stijgende schaamte. En tot die dingen, waarvoor ik toen te oud en te wijs had behooren te zijn-reeken ik ook: mijn spotternij teegenoover drie eerbiedwaardige mannen, Nicolaas beets, Allard Pierson en J.J.L. ten Kate. Bij Pierson heb ik het door een persoonlijk bezoek zooveel mogelijk goedgemaakt-bij de andere twee is dat niet gebeurd en het gevolg is een pijnlijke herdenking. Het was voor een volwassene -als ik toenmocht heeten- niet waardig en niet correct -evenmin als het stuktrekken van een huis-schel. Ik wil ook geen verzachtende omstandigheden pleiten - maar voor de jongeren van deezen tijd nog meedeelen, dat het de omgeeving was van de `helden van tachtig' die tot zulke baldadigheden den stimuleerende bijval schonk. Voor Kloos en zijn satellieten kon het nooit heftig genoeg. En wie onttrekt zich geheel aan den invloed van een prijzenden kring? Men neeme nu ten Kate's verzen nog eens ter hand, en men zal zien dat het meer is dan vlotte rijmelarij.

Walden, 30 dec, 1919



De Groene Amsterdammer, 3 januari 1920

["Loflied" op J.J.L. ten Kate [Frederik van Eeden] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.