Frederik van Eeden

Bij 't verwachten der Liefste.

Ik weet het dat ge mijn zijt -- mijn alleen --
Ik weet het -- en ik peins het wonder na
en kan het niet bevatten -- hoe ik peins.
Mijn is uw lach en de opslag uwer oogen,
mijn is uw ziel -- uw gansche, diepe ziel.

Zal ik het straks begrijpen, als ge komt,
als hij uw hand mij zoo vertrouwend reikt,
het hoofdje half gebogen, als in weemoed?
Zal ik het lezen in een langen blik,
het hooren in de daling uwer stem?

Ik weet het wèl - het zal mij droevig zijn
als wie gevangen 't verre zonlicht ziet,
en tranen zullen komen, daar mijn ziel
't geheimnis onzer liefde niet begrijpt.


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 7.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster