Frederik van Eeden

Booze Droom.

Ik heb, in droom, den ganschen nacht geschreid
kermend van smart -- zooals een kind zou schreien,
dat men uit plaagzucht 't liefste speelgoed rooft.

Want in dien nacht, -- dien langen, zwarten nacht --
lag er een duistre schaduw op mijn droomen,
op 't lichte beeld van al wat komen zou --
het lieve, bonte speelgoed van mijn ziel.

En als een groote, ruwe menschenhand
die sarrend weghield, wat ik niet kón missen,
zoo hield de nacht mijn lichte toekomst weg.
En snikkend in mijn radeloozen angst
zocht ik 't verloren speelgoed -- heel den nacht.

Doch toen de koele, grauwe morgen kwam
was alles weer als vroeger, -- en ik zag
dat er gespot was met mijn groote smart.

Wie is het, die durft spotten met mijn ziel
als waar 'k een klein kind? -- Lang nog in mijn oogen
waren de tranen, in dien nacht geschreid.


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 15.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster