Frederik van Eeden

In Lijdens Vuur.

   Nu wilt gij rijzen, God! in glans van bloed,
      in schitterlicht van stilgeweende tranen,
      in klagen is 't, dat Gij nu hooren doet
Uw stem, -- die lokt wie Uw licht vinden moet
         in 't diep van duistre lijdensbanen.

   Gij kiest nu 't Lijden tot uw heilig thuis
Uw zwaar, zwart-marmren tempel, somber-schoone,
   en niet dan in dat klacht-doorgalmde huis
wilt Gij, God van geheimen! bij ons wonen.

   Hoe mint gij dus den mensch in zijnen nood
dat hij in jammer slechts Uw schoon kan merken?
   Hoe is de heiligheid der klacht zoo groot
dat die U liever is dan 't lied der sterken?

      O onzen Tranenkoning! -- is dan niet
      de zon ook schoon in ongebroken licht?
Is niet de stille, pure morgen schoon? -- hoe ziet
   de mensch dan slechts Uw luiterrijk gezicht
         in neevlen van verdriet?

(1890)


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 31.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster