Frederik van Eeden

De Onterfden.

   Zoo zijt dan langmoedig broeders, -- versterkt uw harten want de toekomst des Heeren genaakt.

Jacob. V.

I.

Houdt moed, de dag komt naderbij verdrukten,
dat ge_uw bedriegers voor u siddren ziet.
Door weelde zwak, bevreesd door 't slecht geweten,
   wachten zij beter niet
dan weerwraak en verlies van 't u ontrukte.
Maakt dan niet grooter hun onzetbre schuld,
bewaart uw beste goedren, die daar heeten:
   liefde en geduld,
welke u te ontnemen hun nog niet gelukte. 114

II.

Wat heeft hij deugdelijks voor zich verworven
die woekrend op uw ziel en lichaam teert,
die in behoeften talloos zit gevangen
die 't werken heeft verleerd,
door geldzucht en genotzucht gansch bedorven?
Zoo wacht u dan, onterfden, die begint
te_ontwaken en uw erfdeel te verlangen,
   ziet! en bezint!
eer gij zijn doodlijk leven hebt beörven. 115

III.

Verovert u 't verloren erf krachtdadig
door wat úw macht is, 't werk van hoofd en hand,
laat hen 't geweld, hun wapens zijn onmachtig,
   waar arbeid en verstand
te samengaan, geduldig en gestadig.
Wint u een land, een eigen vaderland
voor 't werksaam volk, gerechtig en eendrachtig,
   tot uw vijand
uw mildheid aansmeekt, dat hij zich verzadig.


Bron: Van de Passielooze Lelie. Verzen door Frederik van Eeden, waarbij zijn opgenomen de "Enkele Verzen", Amsterdam (W. Versluys) 1901, 111-115.
Ingezonden en HTML door Willem van der Schee
voor het project Laurens Jz. Coster